Vochtgedrag
Wol is een hygroscopische proteïnevezel. De opname en afgifte van waterdamp, onder invloed van de relatieve luchtvochtigheid, behoren tot de fundamentele fysische eigenschappen van wolvezels. (afb. 1, d’Arcy, Watt, 1979)
Water in dampvorm en andere in gasvorm aanwezige moleculen komen via de schubbenstructuur van de wolvezel in de vezelkern terecht.
Een wolvezel is voor 100% waterafstotend (hydrofoob) en voor 100% waterdamp- open, waterdamp is een droog gas. De opname van waterdamp gebeurt door de wolvezel. Door de enorme hoeveelheid damp (>33%) die kan worden opgenomen ontstaat er geen 100% verzadiging van de lucht met waterdamp (RLV) dus geen condensatie. Bij dit proces van dampopname en afgifte blijft de isolatiewaarde stabiel.
Daar de wolvezel in doorsnede uit twee celtypen bestaat waarbij de donkere cellen ca. 30% en de lichte cellen ca. 38% damp kunnen opnemen, zal tijdens dit proces een soort bi- metalen werking optreden die de krulling van de vezel zal laten toenemen bij opname van waterdamp. Onder invloed van een daling van de relatieve luchtvochtigheid van de omgevingslucht zal wol haar opgeslagen damp weer afgeeft, dan verlengt de vezel zich weer. Zo werkt overigens ook een hygrometer, zelf na 100 jaar.
In de onderste tabel kunt u lezen dat tijdens deze vochtregulerende werking, de lambda- waarde nauwelijks beïnvloed wordt. (Lees in dit verband ook: de lambda- waarde van Doschawol en het uittreksel NZ/RS21)
Warmte geleidingscoëfficiënt ten opzichte van vochtgehalte van Doschawol
|
Dikte in mm |
Vochtgehalte in gew. % |
Warmte geleidingscoëfficiënt |
|
50 |
< 1 |
0,0322 |
|
40 |
5,3 |
0,0337 |
|
50 |
7,6 |
0,0337 |
|
100 |
10,9 |
0,0338 |
|
55 |
12,9 |
0,0328 |
|
55 |
16,0 |
0,0336 |
|
55 |
16,2 |
0,0331 |

